Pers en overig nieuws

Het Weverijmuseum in Wintersfeer
 

Het Weverijmuseum is aan de buitenzijde voorzien van 35 led spots die ’s avonds gedurende de feestdagen het museum in een warm rood hult.
 


Bruidsservet siert fotowand van Weverijmuseum in Geldrop
(Eindhovens Dagblad) GELDROP - Het Weverijmuseum in Geldrop is sinds gisteren uitgebreid met een nieuwe wand, waardoor de laatste muur bedekt is met informatie over de geschiedenis van de weverij.

Op de nieuwe wand wordt uitgelegd hoe het proces verliep om van een idee voor een dessin tot de kartonnen kaart met gaatjes te komen, waarmee de weefmachines werden aangestuurd. Dat gebeurde in de kaartenmakerij. De slagmachines (te vergelijken met ponsmachines) die voor de uitlegwand staan opgesteld, speelden daarbij een cruciale rol.

Bedankje voor bruiloftsgasten

Van het servet dat Hanneke en Giel Verest lieten maken ter gelegenheid van hun vijftigjarige bruiloft waren de schets, ruitjestekening en de kartonnen weefkaart met het patroon nog aanwezig in het Weverijmuseum. ,,Die heb ik gebruikt als ondergrond voor het ontwerp van de fotowand’’, vertelt Peter van Kemenade van 4PR Realisation, die de wand heeft bedacht en uitgevoerd.

In het servet is het oude gemeentehuis van Mierlo geweven met de datum van de vijftigjarige bruiloft van het echtpaar Verest. ,,Daar zijn we 59 jaar geleden getrouwd’’, vertelt Anneke Verest. ,,We hebben in 2011 vijftig servetten laten weven. Die hebben we als dank aan de bruiloftsgasten gegeven.’’

Al jaren vrijwilligers

Hanneke en Giel Verest zijn al jaren vrijwilligers bij het Weverijmuseum en wilden daar iets speciaals laten maken ter gelegenheid van hun gouden bruiloft. ,,Leuk dat ons servet wordt gebruikt voor de uitlegwand’’, vindt Giel Verest.

Als voorzitter van de Stichting Vrienden van het Weverijmuseum droeg Nathalie Lansbergen-Van de Heuvel de informatiewand over aan het Weverijmuseum. Zij is de zesde generatie na Adriaan van den Heuvel, die wordt gezien als oprichter van de textielfabriek van den Heuvel in 1820. In het overgebleven gedeelte van die oude fabriek is het weverijmuseum gevestigd.

De voorzitter van de Stichting Weverijmuseum, Joop van der Meij nam de wand in ontvangst. ,,De informatie is nu compleet’’, vertelt hij. ,,Het plan is om een van de nieuwste weefmachines te kopen om duidelijk het verschil met vroeger te laten zien.’’


Textiel speelt een belangrijk rol in mijn leven’
(Thuis in Geldrop)

“Ik ben vaak in het Weverijmuseum te vinden. Ik geef daar als vrijwilliger rondleidingen, stel de getouwen en ik weef zelf nog. Mijn naam is Frits van Duijnhoven en ik ben 79 jaar oud. Ik heb een vrouw en ik heb twee dochters, maar twaalf jaar geleden is één van hen overleden. Haar naam was Anita. Daarnaast heb ik twee kleinkinderen. In Lierop ben ik geboren, maar na vier weken verhuisden we naar Geldrop. Sindsdien woon ik hier. Ik ben van Geldrop en heb mijn werk altijd in de buurt gehad, dus ik zag geen reden om te vertrekken.

Van jongs af aan zit ik al in de textiel. We verhuisden toen ik twaalf jaar was van Riel naar de andere kant van Geldrop. Daar kwamen we naast de bedrijfsleider van de Textielfabriek H. Eijcken & Zn. (in de volksmond De Schel) te wonen. Het leek mijn ouders een goed idee dat ik de textielschool ging doen, zodat ik in de fabriek kon werken. Op de textielschool leerde ik weven, spoelen en spinnen en ik kwam meer te weten over de grondstoffen en patronen.

Op 1 april 1956, het is geen mop, kwam ik in dienst bij H. Eijcken & Zn. Ik was nog net geen 15 jaar. Later ben ik naar De Haes gegaan, daar werkte ik als getouwsteller. We werkten gerust 48 uur per week en hadden één week vakantie per jaar. Tijdens de Geldropse kermis. Snipperdagen kenden we toen nog niet. In 1980 ging dat bedrijf dicht. Gelukkig viel De Haes onder de grotere Gamma Holding en kon ik bij een ander bedrijf dat daaronder viel, terecht: Vlisco in Helmond. Daar heb ik nog twintig jaar gewerkt als ketelmachinist, dus ik zorgde dat er voldoende stoom, stroom en water was om de machines draaiende te houden.

Vroeger was Geldrop een typische textielplaats, maar dat is nu niet meer. Voor mij is textiel altijd belangrijk geweest; ik verdiende er mijn boterham mee en ik maakte er mooie producten van. Daarom ben ik nadat ik in de VUT ging, bij het Weverijmuseum aan de slag gegaan als vrijwilliger. Ik zat net drie weken thuis, toen mijn oude baas van De Haes opbelde of ik als vrijwilliger wilde weven in het museum. Dat doe ik nog steeds met plezier.

Ik vind het contact met mensen fijn en ik geef rondleidingen door het museum, dus ik moet iedere keer een goed verhaal vertellen. Bij één van de weefgetouwen die in het museum staat, vertel ik dat ik daar voor het eerst mee werkte toen ik 14 jaar was. Ook heb ik een hele lijst met spreekwoorden die met textiel te maken hebben, die deel ik met de bezoekers.

Minimaal vier halve dagen per week ben ik in het Weverijmuseum te vinden. Regelmatig maken we theedoeken of tafellakens op bestelling en we hebben ‘Piet Hein Eek-doeken’, dat zijn doeken die van restgarens zijn gemaakt. Dat wilde Piet Hein Eek zelf graag, omdat hij ook ooit met restmaterialen is begonnen en hij is hier opgegroeid.

Wanneer ik niet in het museum ben, ga ik graag naar de heide of naar de kasteeltuin. Daarnaast zijn mijn vrouw en ik actief in het complex waar we wonen. Ik organiseer een sjoelavond voor de bewoners en één keer in de week kienen we. Dat bevalt me goed.”


Uitdagingen genoeg voor Weverijmuseum

donderdag 20 augustus 2020 - 09:27|martin de bruijne

GELDROP – “Er liggen uitdagingen genoeg en we komen handjes tekort.” Directielid Bert Vermeer vat de situatie van het Geldropse Weverijmuseum krachtig samen. Het museum wil verder professionaliseren een meer bezoekers verwelkomen. De vrijwilligers moeten dat allemaal mogelijk maken. Dus zoekt het Weverijmuseum nieuwe vrijwilligers.

Geldrop-Mierlo profileert zich met de slogan ‘Verweeft & Vermaakt’ en verwijst daarmee nadrukkelijk naar het textielverleden. Belangrijk daarin is onder meer de textielroute, het Katoenpad en het Weverijmuseum.
Het Weverijmuseum in Geldrop bestaat meer dan dertig jaar. Bert Vermeer kwam er zo’n 2,5 jaar geleden binnen. “Mijn broer Piet was hier vrijwilliger. Ze hadden een collectie boeken die letterlijk onder het stof zat. Ik schrok me in eerste instantie rot, maar uiteindelijk is het gelukt de collectie van 1500 boeken te ordenen”, vertelt de oud-bibliotheekdirecteur. Vermeer is met pensioen en was in het verleden onder meer directeur van de bibliotheek in Geldrop. De collectie boeken staat keurig geordend in het vernieuwde Weverijmuseum en Bert Vermeer is er nog altijd vrijwilliger. Als directielid werkt hij aan de toekomst van het museum. Het is gegaan zoals het vaak gaat: je begint als vrijwilliger ergens en al snel vragen ze je voor meer. “Mij werd gezegd: zoveel werk is het niet, maar het blijkt nog een hele uitdaging.”

Keuzes maken
In de beginjaren was het Weverijmuseum vooral een verzameling weefgetouwen en machines uit de tijden van de bloeiende textielindustrie. Kenmerkend is altijd geweest dat de machines nog werken en aan de gang blijven door vrijwilligers die in het verleden werkten in de textielindustrie. Een paar jaar geleden is het Weverijmuseum flink verbouwd en gemoderniseerd. Sommige oude weefmachines gingen weg, iets waar niet alle vrijwilligers het mee eens waren. “We hebben keuzes gemaakt want we moesten ruimte maken. Dat zorgde bij een deel van de mensen voor onrust en boze gezichten.”
De verbouwing is achter de rug. Het museum zat, voor corona, duidelijk in de lift. De bedoeling is om het aantal bezoekers te laten groeien van 4500 nu naar 10duizend per jaar. En dat vergt volgens Vermeer een wat andere aanpak dan in het verleden. “Een doorgroei van hobby naar een meer professionele organisatie. De hobby, de liefhebberij en het vrijwilligerswerk moeten zeker blijven, maar er mag een wat meer georganiseerd sausje overheen”, legt hij uit. 

Vrijwilligers
Het Weverijmuseum is op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Mensen die kunnen helpen met het onderhoud van de weefgetouwen, met communicatie en promotie, bij het organiseren van activiteiten, het bezoeken van scholen, gastvrouwen en het rondleiden in het museum. Zoals bij veel organisaties die draaien op vrijwilligers is het ook voor het Geldropse museum moeilijk om mensen te vinden.
Er zijn de nodige uitdagingen. Wat bijvoorbeeld te doen met de machines, soms een eeuw oud? Die machines worden draaiend gehouden door een steeds kleinere groep vrijwilligers op leeftijd. Veelal mannen die hun werkzame leven met de machines werkten en nu als hobby graag laten zien hoe het vroeger ging. Die vakkennis verdwijnt langzaam. Vermeer: “om die machines van vroeger te bedienen is vakkennis en deskundigheid nodig. Die kennis is moeilijk over te brengen. Hoe hou je dat verhaal over de textielindustrie overeind?” Daarbij komt dat er nog producten gemaakt worden in het Weverijmuseum. Theedoeken en ander textiel en smeerkussens voor stoomlocomotieven. Die smeerkussens worden alleen in Geldrop gemaakt en vinden hun weg door heel Europa. Om ook in de toekomst te kunnen laten zien hoe machinaal weven werkt en de productie gaande te houden wil het museum ook wat ‘modernere’ machines plaatsen. Machines die nu nog gebruikt worden, die eenvoudiger te bedienen zijn en waar ze voor onderhoud en reparatie bedrijven kunnen inhuren.

Wind mee
Vermeer ziet de toekomst positief.  “De gemeente Geldrop-Mierlo doet steeds meer aan stadspromotie. Onder het thema ‘Verweeft & Vermaakt’ zet de gemeente vol in op het laten zien van ons textielverleden; en het Weverijmuseum speelt daarin natuurlijk een belangrijke rol. Wat dat betreft hebben we de wind mee.” In het vernieuwde Weverijmuseum is een interactieve wand en voor de kinderen is er een speurtocht gemaakt door het museum.
Geldrop-Mierlo heeft een textielroute, het Katoenpad en het Weverijmuseum. “Textiel voor de gemeente heel belangrijk, het is het dna. We hebben zeker bestaansrecht.” Het Weverijmuseum wil meer bezoekers en zich nog meer profileren. “We schrijven busondernemingen aan, promoten ons museum bij het basis- en middelbaar onderwijs. We doen er veel aan.”

Leerkrachten en leerlingen zijn in het nieuwe schooljaar 2020-2021 van harte welkom bij ons.
Lees meer onder: Onderwijs


Het Weverijmuseum heeft zijn deuren weer geopend voor bezoekers.
Voor een belangrijk deel volgen we daarbij de richtlijnen van het RIVM.

Mensen met gezondheidsklachten wordt gevraagd niet naar het Weverijmuseum te komen en het bezoek uit te stellen tot na hun genezing.

Bij de ingang van het museum staat een bord met spelregels waar bezoekers zich aan moeten houden, zoals handen ontsmetten met een ontsmettingsmiddel dat bij de voordeur staat, betalen met pin, looproute aangegeven met pijlen door het museum, met inachtneming van de 1,5 m. afstand van andere bezoekers.

Er worden machines gedemonstreerd met een beperkte rondleiding.

Er kan thee/koffie/fris gedronken worden en de bezoeker kan gebruik maken van het toilet.

Weverijmuseum Geldrop maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Sluit
x